icon-phone arrow icon-search mail pinterest google-plus facebook instagram twitter youtube linkedin
Alimentatie & gezag, omgang

Alimentatie & gezag, omgang

 

Kinderalimentatie

Kinderalimentatie dient te worden betaald tot het 21e levensjaar van het kind. Tot het 18e levensjaar wordt dit een bijdrage ten titel van opvoeding en verzorging genoemd en vanaf het 18e levensjaar tot het 21 e levensjaar wordt dit een bijdrage ten titel van levensonderhoud en studie genoemd. Jongmeerderjarigen (kinderen tussen 18 en 21 jaar) hebben hierdoor ook de mogelijkheid om na hun 18e zelf een bijdrage bij de rechtbank te verzoeken van de ouders indien het niet lukt om hierover in overleg afspraken te maken.

Er is geen pasklaar antwoord op de vraag wat iemand aan alimentatie moet betalen. Wel zijn er richtlijnen – de zogenaamde Trema normen- waarin uitgangspunten zijn vermeld. Allereerst moet de behoefte van een kind worden vastgesteld. De behoefte van een kind wordt berekend op basis van het netto gezinsinkomen tijdens het huwelijk van de ouders. Er zijn behoeftetabellen waarin staat vermeld welke behoefte passend is bij een bepaald netto gezinsinkomen. Na het vaststellen van de behoefte van het kind, wordt bekeken naar welke rato beide ouders na de scheiding kunnen bijdrage aan de behoefte van het kind. Hierbij wordt gekeken naar de draagkracht van beide ouders na de scheiding. Het systeem van alimentatie rekenen is de afgelopen jaren een stuk eenvoudiger geworden. Voorheen werden er draagkrachtberekeningen gemaakt, waarin alle lasten werden meegenomen. Dat is niet meer het geval. Er wordt thans op basis van het netto inkomen na scheiding berekend welke draagkracht er is. Vervolgens wordt een draagkrachtvergelijking gemaakt tussen beide ouders, waarna er een bedrag wordt bepaald wat ieder van de ouders kan bijdragen voor het kind. In dergelijke berekeningen wordt ook rekening gehouden met een zogenaamde zorgkorting op basis van de afgesproken omgangsregeling. Wel zijn er allerlei uitzonderingen op deze rekenmethode, waardoor het in de praktijk toch lastig is om zelf de alimentatie te berekenen. Bij uitzonderingen kan bijvoorbeeld aan schulden of dubbele woonlasten worden gedacht.

Voor ondernemers blijft het ook moeilijker om de alimentatie zelf te berekenen, nu niet altijd duidelijk is met welk inkomen precies moet worden gerekend. Over het algemeen wordt bij ondernemers gerekend met het gemiddelde inkomen over de afgelopen drie jaren, maar hierop zijn ook weer uitzonderingen mogelijk.

Wilt u een goed en gedegen advies, dan kunt u altijd contact met ons opnemen. Wij kunnen de rekenmethode aan u uitleggen zodat u een goed beeld heeft van de mogelijkheden voor kinderalimentatie.

Ook in het geval er een wijziging moet komen van de kinderalimentatie (bijvoorbeeld door gewijzigd inkomen), kunt u bij ons terecht. Wij kunnen u begeleiden bij het indienen van een verzoekschrift tot wijziging van de kinderalimentatie bij de rechtbank.

 

Partneralimentatie

Volgens de wet zijn ex-echtgenoten partneralimentatie aan elkaar verschuldigd na een echtscheiding. Deze verplichting geldt in principe voor de duur van 12 jaar na datum inschrijving echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand tenzij het huwelijk korter heeft geduurd dan 5 jaar en er geen kinderen zijn geboren tijdens het huwelijk. Er wordt in de politiek al jarenlang gesproken over het verkorten van de alimentatietermijnen. Wij volgen deze ontwikkelingen met belangstelling.

Degene die de partneralimentatie wenst te ontvangen, moet wel behoefte hebben aan een dergelijke bijdrage. Verder wordt bekeken of degene die alimentatie moet betalen draagkracht heeft om partneralimentatie te betalen.

De te betalen partneralimentatie is aftrekbaar bij degene die alimentatie voldoet en wordt belast bij degene die de alimentatie ontvangt.

Iedere situatie is uniek. Partneralimentatie is maatwerk. Met behulp van de ontwikkelde rekenmethodes en de rechtspraak is het noodzakelijk dat iedere situatie goed wordt bekeken om tot het beste advies te komen.

Bij ondernemers kan er sneller discussie zijn over de hoogte van de draagkracht aangezien niet altijd duidelijk is wat de exacte inkomsten zijn. Wij zijn in staat om in ieder specifiek geval de jaarcijfers goed met de ondernemer te bespreken om te bekijken welke mogelijkheden er zijn.

 

Gezag:

Tijdens een huwelijk of geregistreerd partnerschap worden ouders na de geboorte van een kind automatisch belast met het gezamenlijk ouderlijk gezag over een kind. Dit blijft na echtscheiding in principe in stand, tenzij er redenen zijn om eenhoofdig ouderlijk gezag aan te vragen.

Bij samenwonende ouders is dit anders. Ouders moeten naast de erkenning ook het gezamenlijk ouderlijk gezag zelf regelen. Dat kan digitaal via www.rechtspraak .nl of schriftelijk door het indienen van een verzoek bij de rechtbank. Gezamenlijk ouderlijk gezag houdt in dat ouders tezamen belangrijke beslissingen in het leven van hun kind moeten maken (v.b. schoolkeuze, medische keuzes, paspoort aanvraag etc.).

De ongehuwde vaders komen vaak bij ons kantoor langs op het moment dat de relatie met moeder is verbroken en moeder niet wil meewerken aan de aanvraag voor gezamenlijk ouderlijk gezag. Er bestaat dan een mogelijkheid om de rechtbank te vragen om ouders alsnog te belasten met het gezamenlijk ouderlijk gezag. Wij kunnen met u de criteria bespreken die de rechtbank zal toetsen.

Ook in gevallen waarin er sprake is van gezamenlijk ouderlijk gezag kunnen problemen ontstaan. Wij krijgen steeds vaker te maken met zaken waarbij een geschil over de uitoefening van het gezamenlijk ouderlijk gezag wordt voorgelegd aan de rechtbank. Dit kan bijvoorbeeld een geschil zijn over een verhuizing of een schoolkeuze.

Bij gezamenlijk ouderlijk gezag is er toestemming nodig van de andere gezaghebbende ouder om te mogen verhuizen. Indien er geen toestemming wordt verleend, zal de rechtbank een belangenafweging maken en bepalen of er al dan niet vervangende toestemming wordt verleend voor verhuizing. Er is heel veel rechtspraak op het gebied van verhuizingszaken. Door de Hoge Raad zijn criteria ontwikkeld waaraan de rechtbank dergelijke verzoeken zal toetsen. Over het algemeen is het uitgangspunt dat kinderen zoveel mogelijk in hun vertrouwde omgeving moeten opgroeien, maar soms zijn er belangen die zwaarder wegen.

Omgang

Over het algemeen lukt het de meeste ouders om in onderling overleg een omgangsregeling af te spreken. Deze kunt u dan laten vastleggen in een ouderschapsplan tezamen met andere afspraken over gezag, alimentatie etc.. Mocht het niet lukken om in overleg tot afspraken te komen, dan kunt u de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voorleggen aan de rechtbank. De rechtbank verwijst ouders in dergelijke zaken vaak alsnog naar het maatschappelijk werk of het gebiedsteam om zelf afspraken te maken. In uitzonderlijke gevallen kan de Raad voor de Kinderbescherming advies uitbrengen over de zorgregeling die het meest in het belangvan het kind is.

 

Afstamming en erkenning

Het is over het algemeen eenvoudig om het moederschap vast te stellen. In de wet staat dat de moeder van een kind is: de vrouw uit wie het kind geboren is of de vrouw die het kind heeft geadopteerd.

Het vaderschap is soms lastiger vast te stellen en wordt in de praktijk nog al eens betwist. Bij een huwelijk wordt de man automatisch als de vader van het kind beschouwd. Blijkt de vader niet de verwekker van het kind en is de moeder daarover niet eerlijk geweest? Dan is het mogelijk om het vaderschap te ontkennen. De man kan de rechtbank dan verzoeken om het vaderschap ongedaan te maken.

Als een kind niet binnen een huwelijk wordt geboren, moet de vader het kind erkennen. Indien de moeder geen toestemming geeft voor erkenning, kan de vader de rechter om vervangende toestemming voor erkenning vragen. Hiervoor moet de erkenner aantonen dat hij de verwekker van het kind is en daarnaast moet er een belangenafweging worden gemaakt tussen de belangen van de erkenner, de moeder en het kind. Om de erkenning door de biologische vader te voorkomen, zou de moeder het kind door een ander kunnen laten erkennen. Indien de moeder dat doet, kan de biologische vader vernietiging van deze erkenning bij de rechtbank verzoeken.

Lesbisch ouderschap /meemoeder /duomoeder

Op 1 april 2014 is de wet Lesbisch ouderschap in werking getreden. De vrouwelijke partner van de moeder van een kind, de zogenaamde duomoeder, kan sinds die datum juridisch ouder worden zonder dat daarvoor een gerechtelijke procedure noodzakelijk is.

Lesbisch stel is gehuwd of geregistreerd partnerschap en heeft onbekende donor:

In deze situatie ontstaat sinds 1 januari 2014 van rechtswege het duo-moederschap. Het huwelijk betekent dat de moeder en de duomoeder een duurzaam verband met elkaar hebben en wederzijdse verplichtingen op zich hebben genomen. Uit het feit dat de moeder en de duomoeder gebruik hebben gemaakt van een onbekende donor blijkt voorts dat de moeder, de duomoeder en de zaaddonor ervoor hebben gekozen dat de biologische vader geen rol zal spelen in de verzorging en opvoeding van het kind. Als bewijs voor het feit dat er een onbekende donor is, moet bij de aangifte van de geboorte een verklaring van de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting te worden overlegd.

Lesbisch stel is gehuwd of geregistreerd partnerschap en heeft bekende donor:

Als er sprake is van een bekende donor, bijvoorbeeld een vriend, dan ontstaat het ouderschap van de duomoeder niet van rechtswege. De echtgenote van moeder kan het kind in dat geval erkennen. Dit in tegenstelling tot het heteroseksuele huwelijk, dat in alle gevallen, dus ook indien sprake is van een bekende donor, tot gevolg heeft dat de echtgenoot van de moeder van rechtswege de juridische vader van het kind is. Indien sprake is van een bekende zaaddonor, dan hebben de moeder en deze biologische vader doorgaans afspraken gemaakt over zijn rol in het leven van het kind. Het is wenselijk aan de moeder, de duomoeder en de biologische vader de keuze te laten of de biologische vader de juridische ouder van het kind zal zijn. De erkenning biedt in dat opzicht van het ouderschap van rechtswege het voordeel van de keuzemogelijkheid.

  • Lesbisch stel is ongehuwd en heeft een (on)bekende donor
  • De geboortemoeder is alleen juridisch moeder.
  • Via erkenning bij de burgerlijke stand kunnen beide vrouwen juridisch ouder worden. De
    duomoeder kan dit met instemming van de moeder doen.

Wie mag erkennen?

Zowel de lesbische partner van de vrouw als de donor mag erkennen met toestemming van de moeder.

Wat als de moeder niet instemt met erkenning door de donor?

De bio-vader die niet de verwekker is, maar wel een nauwe persoonlijke betrekking heeft (bijvoorbeeld) zaaddonor, kan deze vervangende toestemming vragen bij de rechtbank. Wel moet er dan een nauwe persoonlijke betrekking zijn. Of de zaaddonor in een nauwe persoonlijke betrekking staat, hangt af van de omstandigheden van het geval. De zaaddonor dient naast zijn biologische vaderschap bijkomende omstandigheden te stellen. Vervangende toestemming wordt verleend tenzij dit de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind of de belangen van het kind schaadt . Met deze wijziging vanaf 1 januari 2014 wordt beoogd de positie van de donor die in een nauwe persoonlijke betrekking staat te versterken.

Wat als de moeder toestemming heeft beloofd aan de bekende donor, maar vervolgens toestemming geeft aan haar vrouwelijke partner?

De bekende donor kan dan vernietiging van de toestemming van de geboortemoeder aan de duomoeder verzoeken en vervangende toestemming tot erkenning voor hemzelf. De nieuwe wet heeft aldus voor de donor als nadeel dat hij niet meer automatisch wordt betrokken bij een procedure. Dat was voorheen bij de adoptieprocedure wel het geval. Voor de donor is het derhalve ook nog belangrijker geworden om een goede donor overeenkomst te maken.

Teneinde geschillen te voorkomen is het indien sprake is van een bekende donor soms raadzaam om toch te kiezen voor adoptie (deze mogelijkheid blijft voor de duomoeder bestaan). In een adoptieprocedure doet de donor afstand van zijn mogelijkheid een familierechtelijke betrekking te creëren met het kind.

Een ander voordeel van adoptie kan zijn dat een erkenning niet in het buitenland wordt erkend, omdat Nederland met de nieuwe wet voorop loopt.

Jeugdrecht:

Het jeugdrecht is een veelomvattend rechtsgebied. Het ziet zowel op het civiele recht zoals ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing als het jeugdstrafrecht.

Ondertoezichtstelling (OTS) en uithuisplaatsing (UHP):

In de wet is bepaald dat kinderen onder toezicht kunnen worden gesteld en/of uit huis kunnen worden geplaatst indien er zorgen zijn over de ontwikkeling van het kind. Dit zijn ingrijpende gebeurtenissen binnen een gezin, waaraan vaak een lang traject voorafgaat.

Zodra er een verzoekschrift ondertoezichtstelling wordt ingediend bij de rechtbank(veelal door de Raad voor de Kinderbescherming), volgt er een zitting. Aan de hand van de rapportages van de kinderbescherming oordeelt de rechter of een ondertoezichtstelling noodzakelijk en wenselijk is. U kunt zich ter zitting laten vertegenwoordigen door een advocaat.

Wordt de ondertoezichtstelling uitgesproken, dan is dat meestal voor een jaar. Gedurende dat jaar is het de bedoeling dat er wordt toegewerkt naar een situatie waarbij begeleiding niet meer nodig is. Indien dat niet lukt, kan er een verlenging van de ondertoezichtstelling worden aangevraagd. Tijdens de ondertoezichtstelling kan de gezinsvoogd schriftelijke aanwijzingen naar ouders afgeven. Hiertegen kan ook bezwaar worden gemaakt bij de rechtbank. Hiervoor gelden hele korte bezwaartermijnen.

Een uithuisplaatsing is nog een stap verder. Het is voor ouders en kinderen erg emotioneel en wij kunnen u helpen om de juridische juistheid met u te bespreken.

Jeugdstrafrecht:

Het jeugdstrafrecht geldt voor jongeren tussen de 12 en 18 jaar. Soms kan het jeugdstrafrecht ook gelden voor mensen van 18 tot 23 jaar. Voor jeugdstrafrecht gelden andere regels dan voor het strafrecht voor volwassenen. De rechter legt niet alleen een straf op, maar kijkt ook naar de opvoeding en wat het beste is voor de toekomst van het kind.

Strafrecht

Naast het jeugdstrafrecht kunt u ook bij ons kantoor terecht voor andere strafzaken.

BOPZ (Wet bijzondere opneming in psychiatrische ziekenhuizen)

Onze advocaten hebben een paar keer per jaar zogenaamde “piketdiensten” en staan dan mensen bij die gedwongen zijn/worden opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Cliënten hebben zelf een vrije advocaatkeuze als ze door een andere advocaat willen worden bijgestaan. Wij houden in de gaten of de juridische procedure goed verloopt en vertegenwoordigen cliënten bij de zitting over de gedwongen opname. Onze sterke eigenschap is dat wij goed luisteren naar het verhaal van de cliënten en met duidelijke antwoorden iemand ondersteunen. De wet kent twee vormen van gedwongen opname:

  • een inbewaringstelling. Dit is een spoedprocedure waarbij de rechter binnen drie werkdagen na de gedwongen opname beslist of iemand voor een periode van drie weken kan worden opgenomen.
  • een rechterlijke machtiging. Er bestaan verschillende soorten. De belangrijkste is een voorlopige machtiging, waarbij iemand gedurende een periode van maximaal een half jaar kan worden opgenomen. Bij een verlenging kan een langere termijn worden opgelegd. Met een voorwaardelijke machtiging kan een opname in het psychiatrische ziekenhuis worden voorkomen zolang iemand zich aan de afgesproken voorwaarden houdt. Als de voorwaarden niet worden nageleefd, kan diegene alsnog worden opgenomen.